Gedoe tijdens het eten? Zet iedereen op de juiste plek.

"Als tante maar lekker zit" krijgt zo een hele andere dimensie...!

Heibel aan tafel?

Hebben jullie regelmatig gedoe aan tafel? Gaat er (te) veel aandacht uit naar één van de kinderen? Eet je kind nog steeds niet zelfstandig terwijl je dat gezien zijn leeftijd wél zou mogen verwachten? Of voel jij je aan tafel meer een politieagent dan een gezellige ouder die met haar gezin de dag doorneemt?

Dat kan liggen aan jullie tafelschikking; aan het feit dat jullie (ouders en kinderen), ‘systemische gezien’ niet op de goede plek zitten.

Niet op de goede plek!?

Eerder schreef ik al een stukje over systemisch werk. (Mocht je dat na willen lezen, klik dan hier: Systemisch wat...?.) Daarin beschreef ik dat een belangrijk onderdeel van systemisch werk ‘chronologie’ is, of volgorde. De juiste volgorde (verticaal tussen generaties, maar ook horizontaal tussen broers en zussen) geeft evenwicht en balans binnen het gezin. Een verkeerde volgorde (ook aan tafel) zorgt omgekeerd voor ‘disbalans’. Situaties zoals hierboven beschreven, maar ook het feit dat kinderen bijvoorbeeld steeds opstaan van tafel of niet of enorm traag eten, zijn daar uitvloeisels van.

Wat is dan die ‘goede plek’?

Veel ouders denken dat de beste plek voor hen bijvoorbeeld naast de jongste is. Om hem te kunnen helpen met eten. Of dat ouders het beste ieder aan één kant van de tafel zitten, of tussen de kinderen in; dan hebben de kinderen immers minder kans zich met elkaar te bemoeien. Een andere klassieker is de situatie waarbij het jongste kind aan het hoofd van de tafel zit. Dat past zo lekker... Allemaal redenen van praktische aard, maar systemisch gezien verstorend!

Want zo kan het gebeuren dat een kind op de stoel gerecht komt die volgens de ‘wetten van systemisch werken’ b.v. voor een van de ouders bedoeld is. Daarmee komt hem een bepaalde ouderlijke macht toe én komt hij ‘boven’ een broertje of zusje te staan. Dat laatste gebeurt ook als de jongste op de plek van de oudste zit, bijvoorbeeld. Verstoring kan zelfs optreden omdat de ouders op elkaars plek zitten…

Dus...

Terwijl wanneer kinderen en ouders op ‘volgorde’ zitten (hun plaats kennen én bijhorende verantwoordelijkheden nemen) ‘klopt’ de situatie en voelt de sfeer automatisch veilig. Maar wat is dan de juiste volgorde?

Volgens Bert Hellinger, de grondlegger van de familieopstellingen zitten ouders idealiter naast elkaar. Vader rechts, moeder links. Dan, na moeder, volgen de kinderen in volgorde van geboorte. Liefst tegenover de ouders, in geval van een rechthoekige tafel. Meestal betekent het dat het oudste kind dus tegenover moeder zit. Bij een gezin van twee zit de jongste dan tegenover vader.

Uiteraard zien veel gezinnen (of tafels! – ik heb van de meeste ingewikkelde vormen gehoord!) er anders uit, omdat ouders gescheiden zijn, er twee vaders of moeders zijn, een ouder vaak afwezig is vanwege werk of ziekte. Zorg dan in ieder geval dat de kinderen op volgorde zitten en geen van de kinderen op een ouderpositie zit. Wanneer er sprake is van een samengesteld gezin met kinderen uit beide ‘delen’ is het vaak een kwestie van uitproberen wat de meeste rust op levert, maar een suggestie zou zijn de kinderen van moeder naast haar te plaatsen, te beginnen met haar oudste, en die van vader naast hem.

Experimenteer!

Probeer het eens uit, ook als de kinderen aanvankelijk bij het idee gaan steigeren. Breng het als een grappig experiment, want hé: echt slechter kunnen ze er niet van worden. Je zult zien dat het, soms supersnel maar in ieder geval na een aantal weken, resultaat oplevert.

P.S. En mocht álles mislukken, haal dan ieder geval die peuter van het hoofd van de tafel af!

Terug naar overzicht