Focus op gewenst gedrag: het is er!

Soms zit je als ouders vanwege bepaald gedrag van je kind met je handen in het haar en vraag je je misschien zelfs wel af 

“Is er niet misschien écht iets aan de hand met mijn kind?”.

Dat kan natuurlijk zo zijn, maar dat hoeft helemaal niet. Wat er dan wél aan de hand kan zijn, is dat je meer en meer gefocust bent geraakt op het gedrag dat je juist niet meer wilt zien of dat je zorgen baart. En daar vervolgens meer en meer van bent gaan zien.

Dat was het geval bij de ouders van de 6-jarige Tom. Tom kon thuis ontzettend boos worden. Hij kon dan zó hard gillen dat de buren ervan mee konden genieten. Het kleine zusje van Tom werd bovendien heel bang van zijn uitbarstingen. Een tijdje later, echter, begon ze het gedrag te kopiëren. Tom’s moeder begon het moeilijk te vinden om nog blij te worden van hun zoon.

Na verloop van tijd, en talloze tactieken verder (van boos worden tot begrip tonen, van negeren tot begrenzen) waren Tom’s ouders radeloos. Ze liepen ze op eieren. Want om ervoor te zorgen dat de dag óók nog vredige momenten kende, werden ze extreem voorkomend: ieder kleinigheidje kon immers tot een explosie leiden; het per ongeluk gebruiken van een verkeerd kleurtje tijdens het tekenen, het feit dat hij aan tafel moest blijven zitten tijdens het eten…  Op een gegeven moment leek eigenlijk álles wel aanleiding voor een escalatie. Terwijl zijn ouders er juist alles aan deden om die te voorkomen.  

Eigenlijk zagen ouders voornamelijk “rood”. Wat bedoel ik daarmee?

Het brein van Tommie’s ouders was situaties, die eigenlijk ‘veilig’ zouden moeten zijn, gaan herkennen als ‘gevaar’. Dat werkt (in het kort) als volgt. 

Ons brein krijgt via onze zintuigen steeds signalen door in een soort ‘alarmcentrale’. Die brengt al die signalen onder in één van de volgende categorieën: ‘veilig’, ‘vermoeden van gevaar’ of ‘gevaar’. Neem bijvoorbeeld het geluid van een grote knal. Dat geluid kan ondergebracht worden in de middelste categorie, waardoor je misschien even schrikt, maar als blijkt dat een voorwerp dat viel door de val niet beschadigde, kan het (dankzij weer andere delen van ons brein) worden afgeschaald naar ‘veilig’, want niks aan de hand. Wanneer een dergelijk geluid bij een eerdere gelegenheid (of nog vaker) als ‘gevaar’ is gelabeld (bijvoorbeeld omdat er ooit iets heel kostbaars is gevallen en brak, of erger: in geval van oorlog) kan er in je hersenen een soort ‘geheugen’ voor dit soort geluid ontstaan, waardoor het geluid bij het horen ervan direct in de categorie ‘gevaar’ terecht komt. In het brein van de ouders van Tom zijn er op die manier al talloze gebeurtenisjes, die eigenlijk als ‘veilig’ zouden moeten gelden, onder ‘gevaar’ ingedeeld op de ‘geheugenkaart’ van de alarmcentrale. En die categorie zet ons lichaam aan tot actie en alertheid… 

Een oefening!

Om te laten zien hoe dit patroon zich ontwikkelt én hoe je het ook weer af kunt leren, geef ik je hierbij een oefening:

  • Kijk een paar minuten aandachtig om je heen. Sla in je hoofd alle dingen op die rood zijn. Maak in je hoofd maar een lijstje. We gaan er zo iets mee doen. 
  • Keer nu met je aandacht terug naar het lezen van deze tekst. Kijk niet meer om je heen
  • Terwijl je naar dit document blijft staren, som je álle dingen op die blauw waren in je omgeving.

Hoever kom je? Niet ver denk ik.  

Stel nu, dat rood staat voor ‘het probleem’ en blauw voor oplossingen, alternatieven, of goede momenten met je kind. De kans bestaat dat je ze niet meer ziet zolang je gefocust blijft op het probleemgedrag. 

Schenk aandacht aan de momenten waarop het ‘probleemgedrag’ zich niet voordoet.

Ook de ouders van Tommie zagen niets anders meer dan potentiële mijnen in het mijnenveld. De momenten waarop hij niet ‘ontplofte’ maar rustig bleef, vielen van de radar af. En geloof me, die momenten waren er wel. Je moet ze alleen opmerken en aandacht geven. Met als gevolg dat de gevoeligheid van je brein voor potentieel gevaar óók afneemt. Bij de ouders van Tom werkte het ook! 

Terug naar overzicht