Communicatie gaat 'heen en weer'

Communicatie van ‘geven en nemen’ versterkt de band met je kind!

Vanaf het moment dat kinderen geboren worden, is het belangrijk dat ouders ze een gevoel van geborgenheid geven. Dat gevoel versterkt de band tussen ouder kind, wat bijdraagt aan een goede geestelijke gezondheid van het kind op latere leeftijd. Baby’s zijn er dan ook op ingesteld die band met zijn ouder te ontwikkelen. 

Als ouder kun je daarop inspelen door in hun nabijheid te zijn en aan hun fysieke en emotionele behoeften tegemoet te komen. Wees ter versteviging van het gevoel van geborgenheid alert op uitnodigingen van je kind tot een dialoog. ‘Dialoog’ is in het geval van een baby, die nog geen taal kent, natuurlijk een groot woord. Maar onderschat de mogelijkheden van wederkerigheid in jullie contact niet. Ieder geluidje van je baby kun je zien als communicatie. Maar ook de gebaren en de intonatie van geluidjes mag je als een uitnodiging daartoe zien. Voer dus vooral gezellige ‘gesprekjes’ met je baby gebruikmakend van bijvoorbeeld gekke gezichtsuitdrukkingen en bewegingen. De waarde zit hem in het ‘geven en nemen’; de ketting van actie en reactie die tussen jullie zal ontstaan. 

Een dialoog impliceert tweerichtingsverkeer en kan op iedere leeftijd. Dus in iedere ‘taal’.

De ‘babytaal’ zal gedeeltelijk verdwijnen en overgenomen worden door ‘echte’ taal. Toch blijft het essentieel goed naar je ‘gesprekspartner’ (want dit geldt natuurlijk net zo goed in volwassen relaties) te blijven kijken. Bijvoorbeeld naar de oogopslag, lichaamshouding en stemming van de ander. Zolang je het hele plaatje oppikt, blijf je in staat tot echte wederkerigheid in de communicatie. 

Oók bij pubers is dit van belang. Wanneer je als ouder helemaal kláár bent met haar gedrag, en het gevoel hebt te moeten lullen als Brugman om een boodschap overgebracht te krijgen, loop je het risico dat er niet langer meer sprake is van de zogenoemde ‘heen en weer’ communicatie. In plaats daarvan wordt het éénrichtingsverkeer, waarbij één partij domineert en verordonneert en de ander ondergeschikt dreigt te raken. Vooral wanneer je ‘vergeet’ je puber de kans te geven te reageren… Voor je het weet ben je supergefrustreerd, omdat je geen impact meer lijken te hebben op de relatie. 

Pubers hebben net als baby’s behoefte aan geborgenheid, ook al roepen ze iets anders. 

 Wees extra alert op het element van wederkerigheid.

In het hierboven genoemde voorbeeld is ‘gevoel van geborgenheid’ voor de puber (hoezeer zij ook uitstraalt daar géén behoefte aan te hebben) ver te zoeken. Toch bestaat de behoefte ernaar weldegelijk. Sterker nog, geen wezen die meer hecht aan een gesprek tussen ‘gelijken’ dan de puber. Mocht je je regelmatig bevinden op het pad van ‘éénrichtingsverkeer’ met je puber: het is gelukkig nooit te laat voor herstel. Probeer de communicatie weer wederkerig te maken, net als toen zij een baby was. Start met je puber weer een uitwisseling van geven en nemen op, als partners met een gelijkwaardig aandeel in de uitwisseling van signalen. 

En hoe gek het ook klinkt: je kunt daarbij niet alleen qua principe maar ook qua techniek teruggrijpen op die ‘babyperiode’! Zo merkte ik dat mijn dochter van 12 laatst slecht in haar vel zat. Ze had het gehad met al haar huiswerk en had het gevoel dat het haar allemaal te veel werd. Zij trekt zich in zo’n situatie het liefst terug op haar kamer, om in haar eentje te gaan zitten mopperen. Ik had haar een ‘peptalk’ kunnen gegeven, en met al mijn bemoedigende praat voorbij kunnen gaan aan de signalen die ze uitstraalde. (Ik hou zelf namelijk meer van een ‘can-do’ instelling, en vind het in alle eerlijkheid dan best een uitdaging te kijken naar wat zíj nodig heeft, in plaats van wat ík zou doen). De peptalk liet ik achterwege. In plaats daarvan ging ik naast haar zitten op haar bed en begonnen we een gesprekje in onzin-taal. Over en weer ging het, en we moesten uit de intonatie maar afleiden waar het over ging. Als het al ergens over ging. We hadden ontzettend veel lol. En als het ‘voorbij’ dreigde te zijn, merkte ik hoe zij het toch steeds weer op wilde pakken. Ik vóélde hoe goed de verbinding haar deed. Het samen zijn. De lol. En de uitwisseling. Ze wilde het niet opgeven. En ondanks dat ook ik erin opging, registreerde ik wat er gebeurde. Ik dacht aan de communicatie die je hebt met je baby, en hoe dat dus 12 jaar later nog steeds goed werkt! 

Terug naar overzicht